_____________________________________________________

IJstijden van kortere of langere duur vormen een natuurlijk onderdeel van de geschiedenis der aarde. Onderzoekingen hebben uitgewezen dat er sinds het ontstaan van de aarde minstens 4 ijstijdperken geweest moeten zijn.
Een ijstijdperk of glaciatie is een tijdvak waarin grote dele delen van het land onder een ijskap bedekt liggen. Sinds het tertiair vormden zich grote ijskappen op Antarctica. Technisch gezien leven we nu nog steeds in dat ijstijdperk, omdat op Antarctica, Groenland en Alaska grote ijskappen liggen. Het Pleistoceen, het tijdvak waarin ons land tot 2 x toe door een ijskap bedekt was en waarin wolharige mammoeten, wolharige neushoorns en rendieren leefden, was een onderdeel van het huidige ijstijdperk. Maar het Pleistoceen is een bijzonder tijdperk omdat het wordt gekenmerkt door de vele, zeer grote temperatuurschommelingen die zich hebben voorgedaan

Waardoor ijstijdperken precies door worden veroorzaakt is nog steeds niet helemaal duidelijk, maar geleerden vermoeden een samenhang van verschillende factoren, zoals verminderde intensiteit van de zonnestralen, schommelingen van de aardas en de baan van de aarde om de zon.
Glaciatie als gevolg van de plaattektoniek
De aardkorst is geen massieve massa, maar is opgebouwd uit verschillende schollen die langs elkaar bewegen. Daardoor verplaatsen continenten zich voortdurend over het oppervlak van de aarde. Als een continent dicht bij de Zuidpool lag kon dat gletsjervorming tot gevolg hebben. De Carboon-Perm ijstijd is wellicht veroorzaakt doordat het supercontinent Gondwanaland in die periode op de Zuidpool lag.
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt kan de vorming van ijskappen of Glaciatie ontstaan als gevolg een combinatie van  koele zomers en zachte winters. (dus niet door extreme winters!) .Doordat  de aarde een elliptische baan om de zon draait is de afstand van de aarde tot de zon niet altijd gelijk. Als de baan van de aarde zodanig is, dat de aarde in de winter het  dichtst  bij de zon staat, dan krijg je zachte winters. Als de aarde in de zomer het verst van de zon vandaan staat, dan krijg je koele zomers. De sneeuw die in een zachte, vochtige  winter was gevallen kon in de koele zomers niet volledig smelten, waardoor een ijskap kon ontstaan. De ijskap kaatste een groot deel van het zonlicht terug, hetgeen de afkoeling versterkte en de ijskap steeds verder kon aangroeien.
Belangrijke perioden met ijskapvorming of Glaciatie. Berendsen 2008.
Gletsjer
positie van de aarde tov de zon. Berendsen 2008.
ligging van de continenten in het Perm. Berendsen 2008
De IJstijd