_____________________________________________________
Het meest recente tijdperk waarbij grote landijskappen op het Noordelijk halfrond werden gevormd is het Pleistoceen, dat zo'n 2,6 miljoen jaar geleden begon en dat 10.000 jaar geleden eindigde met het begin van het Holoceen. Maar de afkoeling van de aarde was al ca  35  miljoen jaar eerder,- in het Oligoceen-, begonnen met de vorming van een grote landijskap op Antarctica. Deze afkoeling was niet zodanig, dat op het Noordelijke halfrond al ijskappen werden gevormd, maar de temperatuur was toch beduidend lager dan aan het begin van het Tertiair. Pas aan het begin van het Pleistoceen, 2,6 miljoen jaar geleden, nam de temperatuur zo dramatisch af, dat zich ook op het Noordelijk halfrond grote ijskappen ontwikkelden.
Nederland
Ook in het Nederlandse landschap zijn een aantal sporen van de ijstijd nog goed te zien. In zeker 2 glacialen (Elsterien en Saalien) waren die ijskappen zo groot, dat ze grote delen van Nederland bedekten.
Maximale uitbreiding noordelijke ijskappen. Berendsen (2005).
De vorming van ijskappen had zeer ingrijpende gevolgen voor het landschap. Omdat deze ijstijd geologisch gezien nog maar kortgeleden heeft plaatsgevonden, zijn de sporen hiervan in het landschap nog goed te zien. Door de grote hoeveelheden water die aan de oceanen werden onttrokken,- en die in de vorm van sneeuw en ijs op land werd afgezet-, daalde de zeespiegel wereldwijd met 120 meter, waardoor kustvlakten droogvielen en ondiepe zeëen zelfs helemaal verdwenen. Onder druk van de ijskappen trad bodemdaling op, terwijl de gletsjers rotsbodems verpulverden en grote zwerfkeien duizenden kilometers verplaatsten. Daar waar de ijsmassa's de rivieren tegenhielden, werden rivierlopen verlegd. De julitemperatuur bedroeg hooguit 10 graden waardoor de plantengroei zeer schaars was. Op grote delen van het Noordelijk halfrond was de bodem permanent bevroren, hetgeen diepe sporen in het landschap heeft nagelaten, zoals pingo (ruïnes) en vorstwiggen.
Gedurende de IJstijd heerste hier een poolklimaat, waarbij in de buurt van de ijskappen geen begroeing mogelijk was en de bodem het hele jaar bevroren was. Tonnen zand, grind en puin werden door de ijskappen voortgestuwd en vormden diepe voren in het landschap. Die zijn heden ten dagen nog in het landschap te zien als stuwwallen. Waar bodemwater bevroor tot grote ijslenzen ontstonden pingo's, zg. ijsheuvels.
Nederland en het Noordzeegebied in verschillende fasen van de laatste IJstijd. Berendsen (2008)
Verder van de ijskap verwijderd (of wanneer de ijskap zich terugtrok) was er toendra, uitgestrekte vlakten met schaarse begroeiing van mossen en grassen en dwergbomen en struiken. Op de toendra leven rendieren en muskusossen, hazen en poolvossen.
Pingo in een toendralandschap, Noord Canada
Toendralandschap Noord Siberië
De laatste IJstijd