_____________________________________________________
De vorming van ijskappen had zeer ingrijpende gevolgen voor het landschap. Omdat de laatste ijstijd geologisch gezien nog maar kortgeleden heeft plaats-gevonden, zijn de sporen hiervan in het landschap nog goed te zien. Onder druk van de ijskappen trad bodemdaling op, terwijl de uitbreidende gletsjers rotsbodems verpulverden en grote zwerfkeien duizenden kilometers verplaatsten. Daar waar de ijsmassa's de rivieren tegenhielden, werden rivierlopen verlegd. De julitemperatuur bedroeg hooguit 10 graden waardoor de plantengroei zeer schaars was. Op grote delen van het Noordelijk halfrond was de bodem permanent bevroren, hetgeen diepe sporen in het landschap heeft nagelaten. Enkele van die sporen worden hierna besproken.
Sporen uit de IJstijd
pingo's
gletsjerkrassen
zwerfkeien
keileemafzettingen
vorstwiggen
stuwallen
Pingo (ruïne)
Een pingo is een ijsheuvel in een permanent bevroren landschap. Door het bevriezen van grondwater ontstond er een "ijslens" die door de loop der jaren steeds aangroeide. Deze ijslens werd op den duur zo groot, dat hij de bovenliggende aardlagen op stuwde, zodat er een heuvel in het landschap verscheen. Als de ijslens door permanente temperatuur stijging begon te smelten, stortte de heuvel in, en een cirkelvormig meertje met verhoogde rand  bleef over: de pingoruïne. Na verloop van tijd verdween ook de verhoogde rand  als gevolg van erosie en alleen het cirkelvormige meertje overbleef. Ook in Nederland zijn pingoruïnes te vinden, oa in Drente en Gelderland. Het Uddelermeer in Gelderland is een voorbeeld van zo'n pingoruïne.
de levenscyclus van een pingo. Berendsen 2008
Pingo in Noord Canada
resten van pingo's in het Drentse landschap
Gletsjerkrassen
De ijskappen konden vaak wel een dikte van enkele kilometers hebben en een enorme druk uitoefenen op het aardoppervlak. Daardoor verpulverde de ondergrond, en grote stukken steen werden uit de bodem losgerukt en als puin en zwerfkeien soms wel duizenden kilometers meegevoerd met het ijs. Het puin in die gletsjers veroorzaakte diepe krassen in de rotsbodem: gletsjerkrassen.
uitbreidende gletsjers
gletsjerkrassen
Keileem en zwerfkeien
Onder de grote druk van de ijskappen werden grote steenblokken losgerukt uit de bodem en over duizenden kilometers verplaatst. Onder de gletsers vormde zich een dikke leemlaag die verzadigd was van grote zwerfkeien. In grote delen van Noord Nederland is zo'n keileemlaag aanwezig, en op sommige plaatsen komt die aan de oppervlakte. In de omgeving van Urk is een deel van de keileemlaag te zien in het Van der Lijnreservaat.
puin onder een gletsjer
zwerfkeien
Vorstwiggen
Vorstwiggen ontstaan op die plaatsen waar het koud genoeg is voor een permanent bevroren bodem. Bij zeer strenge vorst ontstaan scheuren in de bodem die een diepte van enkele meters kunnen bereiken. Als in het voorjaar dooi optreedt, dan vullen die scheuren zich met water, om bij een volgende vorstperiode weer te bevriezen. Door de jaren heen groeide zo'n vorstwig aan, waarbij de aarde werd opgedrukt. In gebieden met permafrost, zoals Siberië, Alaska en Noord Canada ontstaan nog steeds vorstwiggen. Als de temperatuur permanent stijgt, en het ijs in de vorstwiggen smelt, dan vullen die zich met zand.Ook in het Nederlandse landschap zijn de met zand opgevulde resten van vorstwiggen aanwezig. Vaak worden ze bij graafwerkzaamheden ontdekt.
recente vorstwig opgevuld met ijs in Siberië
vorstwig opgevuld met zand
Stuwwallen
Door de grote druk hebben de groeiende ijskappen diepe voren in het landschap gemaakt en zand en grind opgestuwd en afgezet voor de verste uitlopers. Ook in het Nederlandse landschap zijn stuwwallen ontstaan. De Utrechtse heuvelrug, de Hoge Veluwe in Gelderland en de Hondsrug in Drente zijn stuwwallen.
Boven: Stuwwallen in de omgeving van Arnhem
Links: Op dit kaartje is de ligging van de stuwwallen in Noord Nederland aangetekend.