Vorstwiggen ontstaan op die plaatsen waar het koud genoeg is voor een permanent bevroren bodem. Bij zeer strenge vorst ontstaan scheuren in de bodem die een diepte van enkele meters kunnen bereiken. Als in het voorjaar dooi optreedt, dan vullen die scheuren zich met water, om bij een volgende vorstperiode weer te bevriezen. Door de jaren heen groeide zo'n vorstwig aan, waarbij de aarde werd opgedrukt. In gebieden met permafrost, zoals Siberië, Alaska en Noord Canada ontstaan nog steeds vorstwiggen. Als de temperatuur permanent stijgt, en het ijs in de vorstwiggen smelt, dan vullen die zich met zand.Ook in het Nederlandse landschap zijn de met zand opgevulde resten van vorstwiggen aanwezig. Vaak worden ze bij graafwerkzaamheden ontdekt.