_____________________________________________________
Het leven in de IJstijd (dieren)
Gedurende  de IJstijd pasten flora en fauna zich aan de omstandigheden aan. In perioden met extreme koude (glacialen) leefden hier onder andere wolharige mammoeten, wolharige neushoorns en muskusossen. Stuk voor stuk uitgerust met een dikke vacht. Het landschap bestond uit toendra's en steppen met begroeing van berk en den. Veel minder bekend is, dat hier in de warmere perioden (interglacialen) onder andere mastodonten, nijlpaarden en apen hebben geleefd. Deze dieren zijn bij uitstek toegerust voor een warm klimaat.

De Serengeti van het Noorden ?
Het is in deze moderne tijd niet eenvoudig om ons een voorstelling te maken van hoe het landschap er gedurende het IJstijdvak eruit gezien heeft. De runderen en paarden staan in weilanden, omringd met prikkeldraad afrasteringen. Olifanten, neushoorns, leeuwen en hyena's  leven in dierentuinen, waar ze slechts enkele vierkante meters tot hun beschikking hebben. Misschien is het nog het beste een vergelijking te maken met gebieden waar de invloed van de mens op landschap en natuur nog niet zo groot is. Zo'n gebied is de Serengeti in Oost Afrika.

IJstijddieren
Zeker voor de warme perioden in het IJstijdvak, zoals het Tiglien, zijn er paralellen te trekken met de hedendaagse Serengeti: uitgestrekte savannelandschappen met coullisenbebossing,  nauwelijks beinvloed door de mens. In de Serengeti leven grote kudden olifanten, neushoorns en grazers zoals zebra's, wildebeast en antilopen. Daar leven ook grote carnivoren zoals hyena's, leeuwen, panters en jachtluipaarden. Gedurende het Tiglien moet het landschap in onze omgeving er net zo hebben uitgezien, niet met olifanten, maar met andere slurfdragers, zoals de mastodont en de Zuidelijke mammoet, met Etruskische neushoorns en grote groepen grazers zoals paarden, runderen, antilopen en herten. In de nabijheid van die grazers waren ook hier carnivoren zoals hyena's, leeuwen en sabeltandtijgers. Van al deze dieren zijn fossielen teruggevonden of opgevist uit Noordzee of Oosterschelde.

Maar ook voor de koudste perioden valt zo'n vergelijking te maken. Geen olifanten, maar wolharige mammoeten, met een dikke vacht, aangepast aan de felle kou. Of de wolharige neushoorn, die eveneens was uitgerust met een dikke vacht. Daarnaast leefden er grote kuddes  steppenpaarden, bisons, herten en rendieren, en ook in de koudste perioden waren er carnivoren in de nabijheid, zoals de grottenleeuw, de grottenhyena, de wolf en de sabeltandtijger.

De sabeltandtijger en de mastodont ontbreken in de Serengeti: Deze zijn gedurende het Pleistoceen uitgestorven.
De Serengeti
Het leven in het Vroeg Pleistoceen
Het Vroeg Pleistoceen begon zo'n 2,6 miljoen jaar geleden met het Prétiglien en eindigde ca 800.000 jaar geleden met het Bavelien. Gedurende het Vroeg Pleistoceen lag het noord-westelijk deel van Nederland onder de zeespiegel.

Met name uit het Tiglien is veel bekend. Het Tiglien is vernoemd naar de Limburgse gemeente Tegelen. In de omgeving van Tegelen werd begin vorige eeuw op vrij grote schaal klei ontgonnen in verschillende groeven ten behoeve van de productie van dakpannen. Bij de ontginning, die vooral met de spade plaats vond werden zeer vele fossielen verzameld. Onderzoek aan deze fossielen maakte het mogelijk om tot een landschapsreconstructie te komen. meer

Uit de Oosterschelde  en voor de kust van Walcheren worden al decennia lang fossielen van land- en zeezoogdieren uit de vroegste periode van het Pleistoceen opgevist of met schelpenzuigers opgezogen. Nadeel van deze wijze van verzamelen is dat de opgeviste fossielen niet tot één en dezefde fauna behoren, maar uit zeer verschillende lagen afkomstig zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gelijktijdig voorkomen van marine fossielen van walrussen en walvisachtigen en fossielen van landzoogdieren zoals mastodont. Omdat de fossielen echter bekend zijn van andere locaties is het toch mogelijk om uitspraken te doen over landschap en dierenleven. meer.
Het leven in het Laat Pleistoceen
Het Laat Pleistoceen begon ca 125.000 jaar geleden met het Eemien en eindigde ca 10.000 jaar geleden aan het eind van het Weichselien. Gedurende het Laat Pleistoceen lag een groot deel van de Noordzee droog.

Ook van het Laat Pleistoceen is veel bekend. Al meer dan 100 jaar brengen viskotters wekelijks naast hun gewone lading vele fossielen mee. Deze fossielen vinden gretig aftrek bij de vele verzamelaars die al bij aankomst van de vissersvloot op de kade staan  te wachten. Zo zijn in de loop van de jaren honderduizenden fossielen in de collecties van verzamelaars terecht gekomen. meer.