_____________________________________________________
enkele landzoogdieren
Mastodont
Zuidelijke mammoet
etruskische neushoorn
etruskische beer
groot Tegels hert
klein Tegels hert
de europese jaguar
de hyena crocuta perrieri
de sabeltandtijger Homotherium
de bever Trogontherium
de bever Castor
een groot paard E. stenonis
een gazelle
een aap Macaca florentina
het varken Suz strozzi
knaagdieren,
insecteneters,
marters

enkele zeezoogdieren

de walrus Alachtherium
de walrus Odobenus
diverse dolfjnen

IJstijddieren Vroeg Pleistoceen
Vroeg Pleistoceen uit de kleiputten van Tegelen.
Het Vroeg Pleistoceen begon zo'n 2,6 miljoen jaar geleden met het Prétiglien en eindigde ca 800.000 jaar geleden met het Bavelien. Gedurende het Vroeg Pleistoceen lag het noord-westelijk deel van Nederland onder de zeespiegel. Met name uit het Tiglien is veel bekend. Het Tiglien is vernoemd naar de Limburgse gemeente Tegelen. In de omgeving vanTegelen zijn door de Rijn grote paketten klei afgezet. Deze  klei wordt al sinds de Romeinse tijd gewonnen. De Romeinen maakten  er dakpannen (tegula) van. Ook na de Romeinse tijd werd de klei gewonnen voor de vervaardiging van potten en vaatwerk, dakpannen en bakstenen. Ook in het begin van de vorige eeuw werd nog op grote schaal klei ontgonnen in verschillende groeven ten behoeve van de productie van bakstenen voor de bouw van fabrieksschoorstenen. Bij deze ontginning, die vooral met de spade plaats vond, werden zeer vele fossielen gevonden en verzameld. De vondsten waren zo opzienbarend dat er geologisch tijdvak naar de Tegelse kleipakketten is genoemd: het Tiglien.

De enorme rijkdom aan fossielen in de Tegelse klei trok ook de belangstelling van de wetenschap. Omstreeks 1900 raakte Eugène Dubois, die zijn sporen al verdiend had door de ontdekking van de Javamens, geinteresseerd in de fossielen uit de omgeving van Tegelen. Hij onderhield contacten met een arts in opleiding, Laurens Steijns, die  in de omgeving van Tegelen fossielen verzamelde, welke hij regelmatig naar Dubois zond. Er werd in de eerste helft van de vorige eeuw ook veel onderzoek naar de fauna van Tegelen verricht door assistenten van Dubois: Bernsen en Schreuder. Vanaf de jaren vijftig is er veel onderzoek gedaan door paleontologen van Rijksmuseum voor Geologie en Mineralogie te Leiden.

Het plantenleven van Tegelen is uitgebreid bestudeerd en beschreven  door het Britse echtpaar C. en E. Reid. De fossiele planten en vruchten die in Tegelen zijn gevonden komen heden ten dage alleen in warmere gebieden voor. Professor Zagwijn verichtte onderzoek aan de pollen. Stuifmeelpollen zijn uitermate sterk en blijven als fossiel lange tijd bewaard. Daardoor zijn ze bij uitstek geschikt om te onderzoeken welke planten, bomen en struiken er in een bepaalde periode hebben geleefd.  

Onderzoek aan de pollen, de zaden en vruchten en de  zoogdiefossielen maakte het mogelijk om tot een landschapsreconstructie te komen. Het Tiglien, waarin de klei van Tegelen werd afgezet, was een relatief warme periode, waarin Limburg een subtropisch klimaat had. Uit de zoogdierfauna waaronder de  zuidelijke mammoeten, herten, apen en neushoorns kan worden afgeleid dat er sprake moet zijn geweest van een bosachtig gebied, terwijl de vele pollen en vruchtjes van waterplanten en zoetwaterslakken wijst op een vochtige omgeving. Dat beeld wordt versterkt door het massaal voorkomen van de bever Trogontherium, en, minder frequent de bever Castor en de watermol.
Vroeg Pleistoceen uit de Oosterschelde en Noordzee.
Al van oudsher worden door viskotters fossielen opgevist van de zeebodem. Meestal betreft het fossielen uit het Laat Pleistoceen, van wolharige mammoet, wolharige neushoorn of bison. Maar zo nu en dan werden er ook zwaar versteende fossielen opgevist, die duidelijk veel ouder waren. Deze werden vooral opgevist in de diepere stroomgeulen  van de Oosterschelde en uit de Noordzee voor de kust van Walcheren. Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw wordt er door onderzoekers van het Rijksmuseum voor Geologie en Mineralogie structureel onderzoek gedaan naar deze oude fauna's. De manier waarop dit gebeurt is merkwaardig: voor dat doel wordt een maal per jaar door het gezelschap "Kor en Bot" met een belangeloos door de familie Schot ter beschikking gestelde mosselkotter in de diepe stroomgeulen van de Oosterschelde en de Noordzeekust gekord. Deze wijze van fossielen verzamelen is inmiddels uitgegroeid tot een ware traditie, die in de zestig jaar van haar bestaan duizenden  fossielen heeft opgeleverd.  Soorten die al bekend waren uit Tegelen, zoals de Zuidelijke mammoet, het grote paard Equus stenonis en het grote hert van Tegelen, maar óók soorten die nog niet eerder bekend waren uit Tegelen, zoals de mastodont A. arvernensis en de Sabeltandtijger Homotherium.
-2,6
-2,2
-1,8
-0,8
land-zee verdeling gedurende het Tiglien, ca 2 miljoen jaar geleden.
De vroeg Pleistocene bever Trogontherium
De makaak Macaca florentina
Het grote hert van Tegelen Eucladoceros tegulensis
Vroeg Pleistoceen boslandschap met de mastodont Anancus arvernensis
In de jaren 90 worden vele fossielen verzameld op een schelpenberg in Zeeland. Deze schelpen waren opgezogen uit de diepe stroomgeulen  Roompot en de Onrust voor de kust van Walcheren. De samenstelling van de  fauna wees op een vroeg-pleistocene ouderdom. Het is een fauna waar ook de mastodont, Anancus arvernensis, in voorkomt. Vermoedelijk de laatste vertegenwoordigers van deze soort in Eurazië. In deze fauna kwamen verder ook het grote hert van Tegelen, het kleine hert van Tegelen, een gazelle, de bever trogontherium, de etruskische neushoorn, panthera gombazoegensis en de sabeltandtijger Homotherium voor. Daarnaast zijn in die periode ook vele fossielen van zeezoogdieren opgevist.

Nadeel van deze wijze van verzamelen is dat de opgeviste fossielen niet tot één en dezefde fauna behoren, maar uit zeer verschillende lagen afkomstig zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gelijktijdig voorkomen van marine fossielen van walrussen en walvisachtigen en fossielen van landzoogdieren zoals mastodont. Omdat de fossielen echter bekend zijn van andere locaties is het toch mogelijk om uitspraken te doen over landschap en dierenleven.
Homotherium 's bij hun gevelde prooi
Het is wel zeker dat dergelijke jachttafrelen zich hier ook hebben afgespeeld