De oudste katachtigen, de
Paleofelidae maakten hun belangrijkste ontwikkeling door in het Oligoceen, zo'n 30 miljoen jaar geleden. Deze oudste katachtigen onderscheiden zich van de moderne katten door
de primitieve bouw van het gehoororgaan. Verder hadden deze primitieve katten de uiterlijke kenmerken zoals we die van katten kennen: lange poten met scherpe klauwen, korte snuit en een gebit met lange scherpe hoektanden en knipkiezen voor het snijden van vlees.
In de groep Paleofelidae ontwikkelden zich zowel de "Klassieke" katachtige vormen als de sabeltandvormen.
De
Neofelidea ofwel moderne katten,
-waaronder alle
hedendaagse katten vallen - maken hun belangrijkste ontwikkeling door gedurende het Mioceen, zo'n 25 miljoen jaar geleden. Deze Neofelidae zijn
geen afstam-melingen van de Paleofelidae, maar hebben hun eigen paralelle ontwikkelingslijn, die ook hier de traditionele katachtige dieren oplevert zoals leeuw en tijger, maar die ook sabeltandvormen voortbrengt.
Alle sabeltandkatten zijn uitgestorven