…..Buitentemperatuur na een hete dag nog steeds zo'n 25° C. Waar wij ons bevinden is het echter aanzienlijk koeler, hooguit een graad of 10. Wij, een groepje berglopers en enkele aankomende berglopers zoals ik, verzamelen bij de ingang van het gangenstelsel "de Zonneberg" in de Sint Pietersberg te Maastricht voor een tocht door de berg. De lampen worden aangestoken, en de hekken worden achter ons gesloten. Dan gaat het de gangen in, kris kras de berg door, veel te snel voor een beginneling, die probeert zich in het ondergrondse te oriënteren, en de afgelegde weg op te tekenen. (achterblijven is er niet bij, dan verdwaal je!) De gangen worden gaandeweg hoger, uiteindelijk wel 15 meter. De wanden zijn op vele plaatsen voorzien van opschriften en houtskooltekeningen, vaak eeuwen oud. We bevinden ons al ver buiten de VVV route als we in de verte vage stemmen horen, gedempt door de mergelwanden en het mergelpoeder op de vloer. De petroleumlamp gaat op een laag pitje en de zaklampen gaan uit,… even de kat uit de boom kijken… Als het groepje nadert blijken het bekenden te zijn, berglopers die zoals wij deze avond hebben uitgekozen om een legale tocht door de berg te maken. We maken een praatje en spreken af: "21.00 uur in de oorlogskamer". Dan vervolgen beide groepjes elk hun eigen weg weer, de stemmen sterven weg in de verte…

            
De Mysterieuze kant van de Sint Pietersberg
Onderaardse Kalksteengroeven in Zuid Limburg.
Het Zuid Limburgse landschap oefent op vele Nederlanders een onweerstaanbare aantrekkingkracht uit. Dat komt niet in de laatste plaats door het afwijkende, bijna buitenlands aandoende, heuvellandschap, met zijn eigen flora en fauna. De heuvels bestaan voor een groot deel uit kalksteen, welke zo'n 70 miljoen jaar geleden werd gevormd in een ondiepe tropische zee in het krijttijdvak. Van oudsher werd deze kalksteen ontgonnen en gebruikt als meststof en als bouwmateriaal voor huizen, kerken en vestingwerken. De eerste berichten over het gebruik van de kalksteen dateren uit de Romeinse tijd, waarin het gebruik van kalk als meststof in de omgeving van Zuid Limburg in kronieken is beschreven. Ook het gebruik als bouwsteen moet in die tijd al bekend geweest zijn, maar toch moet het ontstaan van de gangenstelsels zoals we die nu kennen niet in die tijd gezocht worden, maar eerder in de late middeleeuwen, toen als gevolg van oorlogen de vraag naar bouwstenen voor herstelwerkzaamheden en fortificaties sterk toenam. De ontginning was op een gegeven moment zo omvangrijk, dat in heel Zuid Limburg (maar ook het aangrenzende Belgisch Limburg en de Provincie Luik !) groeven ontstonden. In een publicatie in de Wetenschappelijke Mededelingen nr 71 van 1976 wordt door Dr. A. van Wijngaarden een opsomming en (summiere) beschrijving van maar liefst 189 ondergrondse kalksteengroeven gegeven, en het is niet denkbeeldig, dat er nog groeven aan het overzicht moeten worden toegevoegd. Het gaat dan om groeven, waarvan uit overlevering bekend is dat ze bestaan hebben, maar die onvindbaar zijn omdat de ingangen zijn ingestort of volgestort met puin, en volledig begroeid, en die op herontdekking wachten. Vele groeven zijn in kaart gebracht. Ze variëren in omvang van een enkele gang tot complete stelsels met vele honderden gangen en tientallen kilometers ganglengte.

Kalsteenwinning.
Hoewel in de voorliggende tijd ongetwijfeld kalksteen uit de Sint Pietersberg zal zijn gewonnen moet de georganiseerde en grootschalige ontginning gezocht worden in de 15 e eeuw. Toen deed Prins- Bisschop Johan van Heinsberg van Luik een beroep op de Paters Observanten,- die grond op de Sint Pietersberg bezaten-, om kalksteenblokken te ontginnen teneinde de stad Luik te helpen herstellen van geleden oorlogsschade. Aldus namen de Paters Observanten het voortouw bij de ontginning, spoedig gevolgd door particuliere exploitanten, die concessies huurden. Omdat men in die tijd niet in staat was om de dikke deklagen inclusief begroeiing te verwijderen, werden de ontginningen begonnen op plaatsen waar de geschikte kalksteen in de hellingen dagzoomde. Met eenvoudige gereedschappen als zagen, beitels en houwelen begon men blokken uit de bergwand te breken. Dat gebeurde als volgt:
een eerste blok ('t schap) met een breedte van zo'n 80 cm werd rondom vrij gezaagd en gehakt van het omringende gesteente, totdat het uiteindelijk alleen nog aan de achterzijde vast zat. (1-4)

ingang van een groeve
    
Om te voorkomen dat het Fort Sint Pieter vanuit het gangenstelsel bij verrassing kon worden genomen, zijn omstreeks 1809 grote delen van het stelsel opgeblazen door Franse militairen, waarbij omvangrijke instortingen plaats vonden en grote delen ontoegankelijk werden.
Heden ten dagen is het Noordelijk gangenstelsel middels VVV rondleidingen te bezichtigen.

Stelsel Zonneberg
Iets meer naar het zuiden ligt het gangenstelsel "Zonneberg", genoemd naar de hoeve Zonneberg die boven de ingang van dit stelsel ligt. Dit stelsel bestaat bijna uitsluitend uit hoge gangen, gangen die meerdere malen uitgediept zijn dus. Hoewel er zich grote regelmatige gedeelten in het stelsel bevinden is het geheel toch vrij onregelmatig te noemen. Met name de hoofdgangen waarlangs het transport van kalksteen met paard en wagen plaats vond, slingeren door het hele gangenstelsel. Mede door de uitgestrektheid van het stelsel en de wirwar van gangen is het vinden van de weg, -indien men het stelsel niet door en door kent-, nagenoeg onmogelijk. In een van de doodlopende gangen bevindt zich nog steeds een houtskooltekening en een opschrift dat herinnert aan 4 kloosterlingen, die verdwaald in de gangen hier in 1640 dood zijn teruggevonden.





Uit de overlevering is af te leiden dat de kloosterlingen een draad hebben afgewikkeld in de gangen, maar die is waarschijnlijk los geraakt, zodat zij de weg naar buiten niet meer konden terug vinden.

Dat overleveringen als boven beschreven, over ongelukken die in de groeven hebben plaats gevonden, niet geheel aan fantasie ontsproten mag uit onderstaand krantenartikeltje blijken over 2 tieners die vrij recent in zo'n gangenstelsel verdwaalden en op soortgelijke wijze om het leven kwamen.

"Van onze verslaggever HENK LANGENBERG
CADIER EN KEER - De zaklantaarn viel. De gloeidraad brak. Vanaf dat moment werd het pas begonnen avontuur in het ondergrondse gangenstelsel van Cadier en Keer een inktzwarte nachtmerrie voor Raimond en Patrick, twee pupillen van het gesloten internaat Het Keerpunt.
Sporen in het gangenstelsel tonen aan dat de twee jongens in een kringetje rondgekropen hebben om de lantaarn terug te vinden. Het lukte niet. Daarna zochten ze schuifelend langs de wanden wanhopig het vleermuizengat, waar ze een paar uur van te voren door naar binnen waren gekropen. Ook dat lukte niet meer. De 16-jarige Patrick, zo blijkt uit het sporenonderzoek, bleef lang naar een uitgang zoeken. Raimond (17) gaf het sneller op. De jongen werd, ongeveer in het midden van het uitgebreide gangenstelsel, in kleermakerszit, gevonden. Hij hoopte alleen nog op hulp van buitenaf.
Die hulp kwam niet, of in ieder geval veel te laat. Pas op 26 augustus, twintig dagen na de verdwijning, vond een politieman de lichamen van de jongens. Sectierapport wijst uit dat ze meer dan 72 uur geleden overleden zijn aan uitdroging en onderkoeling"

Tal van opschriften in dit gangenstelsel herinneren nog aan de Tweede Wereldoorlog, toen het gangenstelsel werd ingericht voor de evacuatie van de bevolking van Maastricht.
Met vaknummers en pijlen werd aangegeven waar de bewoners zich naar toe moesten begeven in geval van een aanval.

Vervolgens werd het met keggen en koevoeten losgebroken uit de wand en verwijderd. Daarna werd een volgend blok losgezaagd, waarbij men vrijgekomen ruimte waar het eerste blok had gezeten kon benutten om de achterzijde van het tweede blok los te zagen. (5-6)
1
2
3
4
6
5

Op deze wijze werd blok na blok gewonnen, totdat uiteindelijk een gang in de berg ontstond.
De gangen die op deze wijze ontstonden waren ongeveer 3 meter hoog en zo'n 3,5 meter breed, en werden van elkaar gescheiden door pilaren van 4 tot 8 meter dik. De kalksteenblokken die gewonnen waren werden met paard en wagen naar de uitgang van het gangenstelsel gebracht, vanwaar ze verder werden vervoerd. Op vele plaatsen in de gangen en vooral in de bochten is nog goed te zien waar de uitstekende wielnaven de zachte kalksteen uit de wanden hebben uitgesleten.

Was het einde van een concessie bereikt of kwamen de blokbrekers in een ondoordringbaar (vuursteen) of kleiachtig gedeelte, dan werd het werk nog al eens in de diepte voortgezet, dat wil zeggen dat men vanuit de bestaande vloer een nieuwe etage ging ontginnen. Op deze wijze zijn grote delen van het gangenstelsel wel 2 tot 3 keer toe uitgediept. Wanneer je bij een bezoek aan de onderaardse kalksteengroeven de hoge gangen aandachtig beschouwt, kan je in de hoogte nog steeds de resten van de oude vloeren en karrensporen zien, hetgeen een merkwaardige indruk maakt. Gaandeweg ontstonden op deze wijze in de loop der eeuwen uitgestrekte gangenstelsels in de Sint Pietersberg, gangenstelsels die op Nederlands grondgebied alleen al een omvang bereikten van 88 ha, met een geschat aantal van 20.000 gangen, die een gezamenlijke lengte hadden van ruim 200 km(!). Als je de plattegronden beschouwd krijgt je onvermijdelijk de indruk van een stadsplattegrond waarvan de straten geen namen hebben. Een groot deel (70 %!) van deze gangen is helaas verloren gegaan als gevolg van de mergelwinning door de ENCI ten behoeve van de cementproductie. Desondanks kan men nog steeds met recht spreken over een historisch monument van mijnbouw dat zijn weerga niet kent. Zijn er misschien in andere landen gangenstelsels van vergelijkbare omvang, de geschiedenis welke met de stelsels van de Sint Pietersberg verbonden is, en die blijkt uit de vele opschriften en kronieken is uniek en geven de berg al van oudsher een vermaardheid, die tot ver buiten onze landsgrenzen reikt.

Gangenstelsels in de Sint Pietersberg
In het Nederlandse deel van de Sint Pietersberg zijn 4 grote gangenstelsels te onderscheiden met elk hun eigen karakter:
- Noordelijk gangenstelsel
- Gangenstelsel van de Zonnenberg
- Gangenstelsel van Slavante
- Zuidelijk gangenstelsel

Deze gezamenlijke gangenstelsels staan onderling met elkaar in verbinding en  hadden rond 1700 al een zodanige uitgestrektheid, dat  de gehele afstand van 5 km van noord naar zuid ondergronds afgelegd  kon worden. Na de verovering van Maastricht in 1748 door de Fransen zijn bovengenoemde stelsels door de Franse genie-officier Masse in kaart gebracht. Hierna wordt van noord naar zuid een korte beschrijving van elk der gangenstelsels.

Noordelijk gangenstelsel
Het noordelijk gangenstelsel was misschien wel het meest onregelmatig gevormde van alle stelsels, met een warboel van gangen. In het meest noordelijke deel zijn de gangen ook lager dan elders. De oudste opschriften bevinden zich hoog in de gangen (daar waar de ontginning is begonnen) en dateren uit 1560. Het stelsel stond door middel van een wenteltrap rond een waterput in verbinding met het in 1701 daarboven gebouwde fort Sint Pieter. Vanwege het strategische belang dat men er aan toekende, werd het Noordelijke stelsel omstreeks 1796 opnieuw in kaart gebracht door Franse genie officieren. Kennelijk was de kaart van Masse in die periode in vergetelheid geraakt.

In 1770 is er door blokbrekers in een van de gangen een schedel van een Mosasaurus ontdekt, die door de Militaire arts Hoffmann uit de berg werd geborgen. Deze vondst heeft internationaal nogal wat stof doen opwaaien, en men wist aanvankelijk niet met wat voor een dier men hier te maken had. Nadat Hoffmann het fossiel geborgen had werd het door de eigenaar van de bovengrond, de kanunnik Godin opgeëist en door de rechter aan hem toegewezen. Bij de inname van Maastricht in 1795 werd het fossiel, dat inmiddels internationale bekendheid genoot, in beslag genomen door de bezetter en mee naar Parijs gevoerd. Daar is het heden ten dage nog in het Museum d'Histoire Naturelle te bezichtigen
Berging van de Mosasaurusschedel uit de Sint Pietersberg
Gangenstelsel van Slavante
Nog verder naar het zuiden bevond zich tot voor enkele decennia het zeer uitgestrekte gangenstelsel Slavante. Dit stelsel was misschien wel de oudste van alle gangenstelsels en zeer regelmatig aangelegd met lange gangen die elkaar doorgaans haaks kruisen.
    
Het is, zeker het oudste deel, aangelegd door de broeders van het toendertijd daar nabij gelegen Observantenklooster. In de gangen van dit stelsel zijn vele gotische opschriften gevonden met namen van kloosterlingen. Vanouds vonden hier toeristische rondleidingen plaats.
Het gangenstelsel van Slavante is in de jaren 60 geheel ten prooi gevallen aan de cementindustrie. Gelukkig, en letterlijk vlak voor de graafmachines uit, konden archeologen en historici vele van de oude opschriften fotograferen en optekenen, zodat ze ook na de teloorgang van het stelsel nog bestudeerd kunnen worden.

Het Zuidelijk gangenstelsel
Het zuidelijk gangenstelsel ligt ten zuiden van het stelsel van Slavante en werd daarvan gescheiden door een betonnen muur. Deze muur verhinderde de doorgang naar het Zuidelijk stelsel, van waaruit men zich ondergronds naar België kon begeven. Smokkelaars hielden deze doorgang in stand door het na iedere reparatie weer open te breken, en zo kwam het aan de naam "smokkelaarsgat". In de tweede wereldoorlog werden geallieerde piloten via deze ondergrondse verbinding met Belgie in veiligheid gebracht. In het Zuidelijk gangenstelsel is veel losse mergel gewonnen welke als meststof werd gebruikt. Deze mergel werd met houwelen uit de vloer gehakt, waardoor extra hoge gangen ontstonden. Om de pilaren toch voldoende stevigheid te geven werd de voet van de pilaren breder gehouden, wat de gangen een merkwaardig aanzicht gaf.
Een deel van het Zuidelijk stelsel is afgegraven ten behoeve van de cementproductie, en wat er van dit stelsel overbleef werd gebruikt als stortplaats voor de deklagen die elders verwijderd werden. Toen uiteindelijk de pilaren het begaven onder de geweldige druk van de storthoop behoorde ook het zuidelijke stelsel voorgoed tot het verleden

De Sint Pietersberg als cultuurhistorisch en natuurhistorisch monument
Cultuurhistorisch belang
De ontstaansgeschiedenis van de gangenstelsels is fascinerend en een studieobject met vele aspecten, variërend van mergelwinning, historische opschriften, vroege mijnbouwkunde, vleermuisonderzoek enz. De vele duizenden opschriften en tekeningen waaraan de gangen rijk zijn vormen een merkwaardig gastenboek dat in de loop der tijd is ontstaan, en die samen met gemeentearchieven nog de laatste bron van informatie vormen over de kalksteenwinning.

Bij een tocht door de gangen ziet men in het schijnsel van de petroleumlamp van tijd tot tijd vreemde en enigszins geheimzinnige tekens op de wand staan. Als men er op bedacht is tenminste, want deze tekens staan vaak vrij hoog op de wanden.
            


Vrijdag 15 mei 1998, 18.30 uur.
Door Kees van Hooijdonk
evacuatieplan 2e wereldoorlog
Het zijn de huismerken van de mergelexploitanten, die gevormd werden door een monogram, vaak gevolgd door een jaartal. Het bekendste huismerk is wel dat van Peter Stas, mergelexploitant te Maastricht tussen 1550 en 1590. Het gemeentearchief van Maastricht bezit van hem nog een rekeningenboek, een soort administratie. In de Sint Pietersberg zijn 136 van deze huismerken bestudeerd en beschreven door Dielis.

                    
Huismerk van Peter Stas (1550-1590)
Verder zijn er natuurlijk nog de vele telramen waarmee de blokbrekers of opzichters bijhielden hoeveel blokken ze hadden gezaagd of afgeleverd. Deze telramen zijn even simpel als doeltreffend, en ze zijn in de loop van de eeuwen nauwelijks gewijzigd.

Andere opschriften in de groeven herinneren aan bezoekers van groeven. Zo hebben onder meer de hertog van Alva, Napoleon en Koningin Wilhelmina een bezoek aan de gangen gebracht. Een ander gebruik dat zijn sporen heeft nagelaten is de toeristische exploitatie.
Je moet daarbij niet denken dat van de recente tijden is, maar het is in feite zo oud als de gangen zelf. De eerste bezoekers kwamen meer in kleine uitgelezen gezelschappen, vaak van "lieden in goeden doen". Om het toeristische belang nog wat aan te dikken is men op een gegeven moment allerlei afbeeldingen op de wanden gaan maken, tot reclameboodschappen toe. Tegenwoordig is het toerisme veel massaler en vinden regelmatig rondleidingen in de gangen plaats. In de meest belopen gangen zijn daardoor nog eens vele opschriften aangebracht, soms zelfs over authentieke opschriften heen.

natuurhistorisch belang
Ook uit natuurhistorisch oogpunt hebben de gangenstelsels hun waarde. Door de wijze van werken zijn relatief veel fossielen onbeschadigd geborgen. hierboven heb je kunnen lezen dat in het Noordelijk gangenstelsel de schedel van een Mosasaurus is ontdekt door blokbrekers, een ontdekking die zo belangrijk werd geacht, dat de Fransen hem in beslag hebben genomen, en naar Parijs hebben gevoerd, waar hij heden ten dage nog te bezichtigen is in het Museum d'Histoire Naturelle.
Daarnaast zijn er vele andere fossielen gevonden, zoveel zelfs, dat het Natuurhistorisch museum van Maastricht er nagenoeg zijn ontstaan aan te danken heeft.
Voor enkele diersoorten die heden ten dage leven zijn de groeven van belang. Zo zijn de gangenstelsels van de Sint Pietersberg een rijke overwinterplaats voor vleermuizen.
Door de gebroeders L. en P. Bels is jarenlang ringonderzoek van vleermuizen gedaan, wat allerlei populatiegegevens van deze diergroep opleverde. Maar ook heden ten dage wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar vleermuizen. Thans komen meer dan 10 soorten min of meer algemeen voor in de Sint Pietersberg. Van de zeldzame Bechsteinsvleermuis zijn de groeven de enige vindplaats in Nederland. Verder zijn er oa. de baardvleermuis, de dwergvleermuis en de laatvlieger. En misschien heeft juist de aanwezigheid van de vele soorten vleermuizen het besef van de natuurwaarden doen toenemen, en daardoor grote delen van de Sint Pietersberg van de ondergang gered.


Dit werk is het slegste van den Berg
Daniel Prevo en Johannes Starmans hebben
Dit geschreven in het Jaar onzes heere 1825
Zij roepen om bermhertigheijd
of
Hebt medelijden
Met deze werklieden
En laat hun werktuig
in vrijheid liggen

                    
Vanzelfsprekend vinden we in de groeven ook vele opschriften terug die met het werk van de blokbrekers of met hun bazen te maken hadden. Over de zwaarte en het gevaar van het werk bijvoorbeeld als men zich in een slechte gang bevond met veel vuursteen en aardpijpen. Daar moest men eerst doorheen "breken" voordat men weer bij de goede kalksteen kon komen. Dat
kostte veel arbeid, maar leverde geen blokken (en dus ook geen geld) op.
Heeft de Sint Pietersberg nog wel een toekomst ?
Toen de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in 1923 een poging deed om de Sint Pietersberg te kopen zullen weinigen een vermoeden gehad hebben van de ingrijpende wijzigingen die het gebied te wachten stonden. De door speculanten opgedreven grondprijzen maakte de aankoop voor de Vereniging voor Natuurmonumenten financieel onmogelijk. De Belgische N.V. Cimenteries et Briquetteries Reunies de bonne Esperance (CBR), die op Belgisch grondgebied reeds meerdere groeven exploiteerde, kocht de grond maar al te graag, en nog geen jaar later was de oprichting van de Eerste Nederlandse Cementindustrie (ENCI) een feit. Vanaf 1928 wordt de Sint Pietersberg stukje bij beetje afgegraven, daarmee een bedreiging vormend voor de typische flora en fauna van deze streek.
Keer op keer werden beloften gedaan om de omvang van de afgravingen te beperken en even zovele keren werden die beloften gebroken, en mede daardoor komt in de jaren 50 en 60 voorgoed een eind aan het bestaan van de eens zo uitgestrekte, eeuwenoude gangenstelsels van Slavante en Zuidelijk gangenstelsel.

In 1967 lijkt zich een omslag af te tekenen. Als de ENCI opnieuw een ingrijpende uitbreiding van haar concessies aanvraagt, ligt er inmiddels een dik pakket wetenschappelijke studies en rapporten die het natuurhistorisch belang van de Sint Pietersberg nog eens onderstrepen.
En misschien was de tijd er rijp voor, de concessie wordt weliswaar verleend, maar veel kleiner dan voorzien. Tegelijk worden grote stukken van de Sint Pietersberg als natuurmonument aangewezen, waarbij de begrenzing van de concessie definitief wordt vastgelegd. Het ziet er naar uit dat het centrale deel van het gangenstelsel Zonneberg en het Noordelijk gangenstelsel daarmee worden gered van de ondergang.
Met de nu verleende concessie kan de ENCI nog tot het einde van deze eeuw vooruit. Aanvragen tot concessies om het plateau van Margraten af te graven zijn inmiddels afgewezen. De optie die de ENCI dan nog rest is de groeve in de diepte uit te breiden, waardoor de fabriek nog tientallen jaren voort kan. Intussen liggen de plannen tot herinrichting van groeve tot natuurgebied reeds klaar, sterker nog, hebben reeds een aanvang genomen in gedeelten van de groeve die afgegraven zijn. D'n Observant, een kunstmatige heuvel die tussen de jaren 1939 en 1967 aan de Zuidzijde van de groeve is ontstaan uit daar gestorte deklagen is herplant, en zeldzame planten- en dierensoorten hebben er spontaan hun intrede gedaan. Er komen verschillende beschermde plantensoorten voor, zoals enkele orchideeën, het ruig klokje en de wilde marjolein. Ook de dieren nemen het gebied weer in hun bezit. Waar zovele planten en bloemen bloeien komen ook vele insecten en vlinders voor.
Ook vele vogelsoorten komen en voor, zoals zangvogels, torenvalken en kiekendieven.
De vele kleine zoogdieren als muizen en konijnen heeft er zelfs voor gezorgd dat er sinds 3 jaar een Oehoepaar hoog in de ruwe groevewanden nestelt en al enkele generaties heeft voortgebracht.

Zoals gezegd, Het centrale deel van de groeve wordt in de toekomst wellicht nog in de diepte uitgegraven. Daarna is er een meer voorzien waarlangs gewandeld en gepicknickt kan worden
Genoemde herinrichting kan zo mooi aansluiten bij bestaande recreatieve elementen op de Sint Pietersberg, zoals Fort Sint Pieter. Vanuit het daarbij gelegen restaurant heeft men een prachtig uitzicht over Maastricht met zijn vele torens, en hier kan men beslissen of men eerst een rondleiding in een van de ondergrondse gangenstelsels gaat volgen onder leiding van een gids, of dat men een wandeling gaat maken door kalkgraslanden naar de gerestaureerde hoeve Lichtenberg, vanwaar de uitkijktoren een wijds uitzicht biedt over het Maasdal. Bij deze ruïne bevindt zich ook een klein museum dat in de zomermaanden op zondagen is geopend.

En de resterende onderaardse kalksteengroeven ?
Het Noordelijk gangenstelsel en het stelsel van de Zonneberg lijken werkelijk op het laatste moment gered te zijn van de ondergang. Naar schatting 70 van de 220 kilometer ganglengte
is behouden gebleven en vormt daarmee een studieobject dat met geen archieven geëvenaard wordt. Met name Ir. D.C. van Schaïk heeft zich verdienstelijk gemaakt met het bestuderen en vooral met het in kaart brengen van de gangenstelsels, en heeft daardoor veel bijgedragen tot erkenning van de cultuurhistorische en natuurhistorische waarden van de berg.
Sinds 1978 houdt de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven (SOK) zich bezig met onderzoek naar de opschriften, de blokbreektechnieken, de werkrichting enz. SOK heeft van het Natuurhistorisch Genootschap Limburg het beheer van de groeven gekregen. Zij zorgen voor kleine reparaties aan hekken en sluitingen, melden inbraken en onregelmatigheden en
Helpen mee bij het schoonhouden van de gangen. Op deze wijze hebben ook de resterende gangenstelsels weer een nieuwe toekomst gekregen…

Vrijdag 15mei 1998, 21.00 uur, De Oorlogskamer.









…..Het schijnsel van de petroleumlamp valt op enkele doodlopende gangen met nogal wat niveauverschil. Vrij jonge gangen nog, zo te zien aan de mergelkleur. Dit is de oorlogskamer.
Koek en koffie komen te voorschijn. " Waarom heet het hier de Oorlogskamer" vraag ik. "Omdat" zegt een van de oudere berglopers " hier in deze ruimte veel opschriften staan uit de tweede wereldoorlog, waarschijnlijk aangebracht door onderduikers"……
Geraadpleegde literatuur:
Ir D.C. van Schaik, De Sint Pietersberg, 1983, pp 1-566.
Dr A. van Wijngaarden, De ondergrondse kalkgroeven van Zuid Limburg, wetenschappelijke
mededelingen KNNV, nr 71, 1976, pp 1-28.
J. Kamphoven, St Pietersberg: Een ondergronds monument (Maastrichts silhouet nr 5) pp1-48
E. de Grood, Het duister labyrint, Grondboor en Hamerjaargang 52 nr 3 pp77-85
N.G. Prick, op Slavante verdween het levenswerk van de Minderbroeders, Jaarboek Limburg
1980, pp12-19
" 4 Kloosterlinghe in dit Spelonck
verdooldt synde dood trug
ghefonde ten Jare 1640 "