Tot slot
Fossielen van bovengenoemde diersoorten werden en worden nog steeds opgevist uit de Oosterschelde en zijn door diverse auteurs (o.a. Schreuder,1950; Hooijer,1957; Kortenbout vd Sluijs,1985) beschreven. Ook de jaarlijkse "Kor en Bot"- tochten leveren vele fossielen op, die onder meer door paleontologen van het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden worden bestudeerd. Sinds het moment waarop de onderkaak van Homotherium door de mosselkotter ZZ 8 werd opgevist en het moment dat het hielbeen van Homotherium door de Schelpenzuiger is opgezogen is een kleine 40 jaar verstreken. Hopelijk kunnen toekomstige vondsten ons meer leren over voorkomen en leefwijze van dit imposante dier in onze omgeving.
Graag spreek ik mijn dank uit aan Dick Mol en Klaas Post voor hun hulp bij het determineren van deze en andere vondsten en voor de adviezen welke zij in dit verband gaven.
C.J.G. van Hooijdonk
Rucphen.
literatuur:
AHRENS, H. J, 1996. Vissen naar de versteende dierenwereld van de Oosterschelde. Cranium, 13e jaargang, 2, 139-141.
Homotherium crenatidens FABRINI.
BOL.J, 1991, Sabeltandtijgers, Grondboor & Hamer, 1991 nr 4, 93-95.
BOL, J, 1997, Een sabeltandtijger uit Pickermi. Cranium, 14e jaargang nr 2 blz 78-82
BOSSCHA ERDBRINK,D. P, 1984. Carnivora uit het Pleistoceen van Nederland. Cranium , 1e jaargang nr 2 blz 66-98
DREES, M, 1986, Kritische kanttekeningen bij de naam " zwarte bottenfauna". Cranium 3e jaargang nr 2 blz 103-120.
Ebbing, J.H.J, Laban, C. Frantsen,P.J en Nederlof, H.P, Geologische kaart,
Kaartblad Rabsbank, 1992.
HOOIJER, D.A, The Sabre-toothed cat Homotherium found in the Netherlands. Lutra,Vol. 4, 1962, 24-26.
KORTENBOUT van der SLUIJS, G, 1985, botten uit de Oosterschelde, Cranium, 2e jaargang 1, 9-10.
MOL, D. en VOS, J. DE, 1995, Korren op de Oosterschelde, Een zoogdierpaleontoloog als visser en wat de fossielen van de Oosterschelde ons vertellen. Grondboor & Hamer jaargang 49 nr 3/4 blz 57-61.
TURNER, A.en MAURICIO, A, 1997, The big Cats en their fossil relatives,
1-234
DAWKINS, B and SANDFORD, A,1866 t/m 1872, The British Pleistocene Mammalia Vol I, The British Pleistocene Felidae, pp 184-192.
Verder lezen over de geologie en de fossielen van de Noordzee en de Oosterschelde:
MOL, D 1991, Het IJstijdlandschap van de zuidelijke Noordzee, Grondboor & Hamer, 9 - 14.
MOL, D en VOS, J. DE, 1995, De hyena uit de Oosterschelde, Grondboor & Hamer, 139-149
KORTENBOUT VAN DER SLUIJS, G, 1983, De resten van Zoogdieren uit de Noordzee, Grondboor & Hamer, 4-7.
ESSEN, H van, en Mol D, 1996, Plio - Pleistocene proboscideans from the Southern Bight of the North Sea and the Eastern Scheldt, The Netherlands
The proboscidea ,Evolution and paleoecology of Elephants and their Relatives
213-224
Kolfschoten Th. van, en Laban C, 1995, Pleistocene terrestrial mammal faunas from the North Sea, Med. Rijks Geologische Dienst, 52,135 -151.
Laban C, 1984, Geologie van het Kwartair in de Zuidelijke Bocht van de Noordzee, Med. Werkgroep Tertiaire en Kwartaire Geologie, 139-154.
VEEN, J van, 1998, Kor en Bot en de muizenbuis - De vangst van de eerste resten van kleine zoogdieren uit het Tiglien van de Oosterschelde, Cranium 21-29.
Afbeelding Homotherium sp.: C.H.Douglas, uit National History Notebook 5, 1981, Overgenomen met toestemming van het Canadian Museum of Nature, Ottawa.
Afbeeldingen Homotherium latidens van Mauricio Antón uit The Big Cats and their fossil relatives