Sabeltandtijgers
van
Friesenhahn Cave


Sinds1949 is er systematisch onderzoek gedaan door het Texas Memorial Museum in Austin onder leiding van de paleontologen Evans en Meade. Daarbij werden de fossiele resten, soms zelfs complete skeletten van tientallen diersoorten ontdekt, van zeer groot tot zeer klein.
In de grot zijn onder andere de resten gevonden van de carnivoren Homotherium serum, een coyote, een grote wolf (“Dire wolf” genoemd) en Smilodon. Zij hebben de grot vermoedelijk als nestplaats gebruikt. Met name de vondst van 3 nagenoeg complete en gearticuleerde (in anatomisch verband) gevonden skeletten van de sabeltandkat Homotherium serum, - 1 volwassen en 2 jongen, - baarden opzien. Alleen in het Franse Senèze was tot dan toe een nagenoeg compleet skelet van Homotherium gevonden. Behalve de complete skeletten werden in de Friesenhahn Cave nog eens honderden losse tanden en botten van Homotherium gevonden, toebehorend aan minstens 30 individuen.  
De grote hoeveelheid Homotherium fossielen is alleen te verklaren door te stellen, dat Friesenhahn Cave gedurende vele generaties bewoond is geweest, daarbij uitgaande van de aanname dat Homotherium, net als de meeste andere katachtigen, solitair zal hebben geleefd of hooguit in kleine (moeder-jong) groepjes. Dat zou tevens een verklaring kunnen zijn voor de ongelijkmatige leeftijdsopbouw van de dieren waarvan de fossiele resten zijn teruggevonden. Immers, wanneer men de resten van dertig individuen terugvindt, zou men een min of meer evenredige leeftijdsopbouw verwachten. In de Friesenhahn Cave zijn echter de resten van óf jonge tot zeer jonge dieren gevonden, óf van zeer oude dieren, wat men heeft kunnen vaststellen aan de conditie van de tanden en kiezen. Zo zijn er vele melktanden van juveniele Homotherium 's teruggevonden naast vele zwaar afgesleten tanden en molaren, die duidelijk hebben toebehoord aan dieren van hoge leeftijd. Het beeld dringt zich hier dan al gauw op, dat de oudere dieren door ouderdom zijn gestorven, de onervaren jongen achterlatend tot zij omkwamen van de honger.
Het is bekend dat grotten vaak een rijke fossiele fauna herbergen, omdat ze door dieren worden gebruikt als nest, om er te schuilen of om er de winterslaap in door te brengen. Dat is ook het geval met de Friesenhahn Cave, gelegen in een kalksteenplateau bij San Antonio, Texas (USA). De grot was in het verre verleden gemakkelijk toegankelijk voor vele diersoorten, die de grot als nestplaats gebruikten of er een schuilplaats vonden. Prooidieren konden er naar binnen worden gesleept. De aanwezigheid van een poel met vers water in Friesenhahn Cave zal zeker tot de grote aantrekkingskracht hebben bijgedragen op de vele dieren die leefden en stierven in deze grot.
Friesenhahn Cave, Texas,USA
In tijden van hevige regenval overstroomde de grot en elke keer bleef er een nieuwe dikke laag sediment achter. Dit proces herhaalde zich continu. Uiteindelijk verzwakte de ingang van de grot zodanig, dat deze instortte, waardoor de grot en haar inhoud hermetisch van de buitenwereld werd afgesloten en duizenden jaren onaangeroerd bleef.

Duizenden jaren later was, als gevolg van de voortdurende chemische inwerking van regenwater, ook het plafond van de grot zodanig verzwakt, dat dit uiteindelijk instortte en een nieuwe ingang vormde. Tot dan toe was de grot geheel aan het zicht onttrokken gebleven.
Onderzoek
Grotingang
doorsnede van de grot
fotocollage van de Homotherium skeletten
Teksten met toestemming overgenomen uit "De sabeltandtijger uit de Noordzee"